Nationaliteitsverklaringen van analfabeten

Artikel 122 en 123 van de Wet houdende bepalingen inzake digitalisering van Justitie en diverse bepalingen Ibis (gepubliceerd op 29 maart 2024 en in werking getreden 8 april 2024) passen het Wetboek van de Belgische nationaliteit (WBN) aan voor analfabeten. Het Grondwettelijk Hof oordeelde in arrest nr. 53/2023 op 23 maart 2023 immers dat de moeilijkheid voor analfabeten om te bewijzen dat ze een minimale kennis van één van de drie landstalen die gelijk is aan het niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Talen hebben, een aanpassing van het WBN noodzaakt.

Voor een analfabeet volstaat voortaan het bewijs van een mondelinge kennis van één van de drie landstalen die gelijk is aan het niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Talen (art. 1, § 1, 5° WBN).

Een analfabeet wordt gedefinieerd als de persoon die de vereiste mondelinge taalkennis bezit, maar niet over de taalkundige basiscompetenties en inzichten beschikt, waardoor hij de schriftelijke kennis gelijk aan het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen niet kan verwerven, zelfs niet door deel te nemen aan een door de bevoegde gemeenschapsoverheid daartoe ingerichte opleiding. De inachtneming van deze voorwaarden wordt bevestigd door de bevoegde gemeenschapsoverheid (nieuw art. 1, § 1, 10° WBN). De persoon moet dus een attest voorleggen dat afgeleverd wordt door de “bevoegde gemeenschapsoverheid” en dat voldoet aan de voorwaarden bepaald door de huidige wet.

De “bevoegde gemeenschapsoverheid” die moet aantonen dat het voor de betrokkene niet mogelijk is om het schriftelijke niveau A2 te behalen ook niet na het volgen van opleidingen, is in Vlaanderen Ligo. Dit zijn de Centra voor Basiseducatie. Ligo geeft een attest uit op vraag van betrokkene en na onderzoek dat de analfabeet voldoet aan de voorwaarden van het WBN en in dat geval enkel het mondeling niveau A2 dient te bewijzen.

De persoon die niet in staat is deze met de hand te schrijven dient de verklaring “Ik verklaar Belgisch staatsburger te willen worden en de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te zullen naleven” mondeling uit te spreken voor de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand, die deze optekent op de verklaring. Dit kan bijvoorbeeld door te vermelden: “Mondeling uitgesproken: Ik verklaar Belgisch …”.

De “persoon die niet in staat is de verklaring met de hand te schrijven” dient breder opgevat te worden dan analfabeten. De wetgever (aldus de artikelsgewijze toelichting in de Memorie van Toelichting) spreekt over fysiek gehandicapten (blinden, geamputeerden, enz.), of dragers van een mentale handicap, die hoewel juridisch in staat zijn om zelfstandig hun nationaliteitsverklaring in te dienen, niet in staat zijn om te schrijven, in overeenstemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, geratificeerd door België op 2 juli 2009. Het beroep op de bijzondere en authentieke volmacht waarin art. 6 WBN voorziet, is volgens de wetgever buitensporig.

De personen tijdelijk verhinderd van te schrijven (gipsverband…) worden volgens de Memorie dan weer niet betrokken door deze uitzondering en moeten hun toevlucht nemen tot het algemene recht, met name de bijzondere en authentieke volmacht uit art. 6 WBN.

BURGERZAKEN VLAANDEREN vzw