Vernietiging ministeriële omzendbrief referentieadres daklozen

Vorige maand publiceerde Burgerzaken Vlaanderen een nieuwsbericht over de vernietiging door de Raad van State van de ministeriële omzendbrief van 7 juli 2023 over het referentieadres voor daklozen.

De gevolgen zijn aanzienlijk: juridisch gezien hebben de brief en de wijzigingen nooit bestaan. Ze zijn dan ook verwijderd van de websites van de federale overheidsdiensten. De oudere richtlijnen voor het bijhouden van de bevolkingsregisters (punt 113) van vóór 7 juli 2023 zijn opnieuw in gebruik genomen, met enkele lichte aanpassingen. Indien de persoon nog ingeschreven is, zal de gemeente van inschrijving deze eerst ambtshalve dienen te schrappen vooraleer in te schrijven op een referentieadres.

Op 31 juli verscheen nu de ministeriële omzendbrief van 31 juli 2025 betreffende de vernietiging door de Raad van State van deze ministeriële omzendbrief van 7 juli 2023 van de POD Maatschappelijke Integratie en de FOD Binnenlandse Zaken.

De ministers wijzen erop dat hoewel de omzendbrief is vernietigd, de bevolkingswetgeving zelf intact bleef. De tussenkomst van de OCMW’s blijft dus onontbeerlijk bij aanvragen tot inschrijving onder referentieadres op het adres van een OCMW. Op dat gebied verandert er voor de OCMW’s niets: de procedure en de te controleren voorwaarden blijven dezelfde. Eens het OCMW heeft vastgesteld dat de persoon recht heeft op maatschappelijke dienstverlening en daadwerkelijk dakloos is, wordt het dossier doorgestuurd aan de gemeente. Indien de gemeente een positieve beslissing heeft genomen, gaat deze over tot de inschrijving onder referentieadres bij het OCMW. De betrokken persoon moet zich één maal per trimester bij het OCMW melden.

Aanvragen voor referentieadressen op het adres van een natuurlijke persoon moeten niet langer bij het OCMW worden ingediend. Deze aanvragen worden rechtstreeks door de gemeenten behandeld, die naast het gebrek aan bestaansmiddelen met name zullen moeten controleren of de aanvrager inderdaad niet bij de natuurlijke persoon verblijft, noch op een andere verblijfplaats verblijft. Om het gebrek aan bestaansmiddelen vast te stellen, kan de gemeente het advies van het OCMW inwinnen.

Hoewel het OCMW bevoegd is voor het nemen van een beslissing over het al dan niet toekennen van maatschappelijke dienstverlening, blijft de gemeente uitsluitend bevoegd voor de inschrijving van een persoon in haar bevolkingsregisters, ongeacht of het op een referentieadres of als hoofdverblijfplaats is.

BURGERZAKEN VLAANDEREN vzw