In dit bericht worden enkele recente wijzigingen aan het wetgevend kader over de Belgische nationaliteit gebundeld.
Registratierecht
Reeds eerder meldde Burgerzaken Vlaanderen de indexering van het registratierecht voor het indienen van een nationaliteitsverklaring op 1 januari 2026. Voortaan moet 1.030 euro betaald worden bij het registratiekantoor van de Federale Overheidsdienst Financiën of op Myminfin.be.
Personen die reeds voordien hun registratierecht betaalden (150 euro tot en met 28 juli 2025 of 1.000 euro tot en met 31 december 2025) kunnen nog steeds indienen daarmee, zolang het juiste bedrag betaald werd op het moment van de betaling. Die interpretatie van de FOD Financiën werd nu opnieuw bevestigd op het platform justfamnat.
Met terugwerkende kracht (tot datum van 29 juli 2025) werd bijkomend (artikel 31 van de wet van 10 februari 2026 houdende diverse fiscale bepalingen) bepaald dat erkende staatlozen voor een naturalisatieaanvraag geen 1.000 euro (of 1.030 euro na indexatie op 1 januari 2026) dienen te betalen, maar 150 euro (of 160 euro na indexatie op 1 januari 2026) registratierecht. Dit gebeurt om te voldoen aan de internationale verplichtingen van België uit het Staatlozenverdrag. Zij die ondertussen te veel betaalden zouden het verschil kunnen terugvorderen van de FOD Financiën. Het bedrag van 150 euro wordt inderdaad ook jaarlijks geïndexeerd. Burgerzaken Vlaanderen wijst erop dat de “korting” op het registratierecht enkel geldt voor erkende staatlozen die een naturalisatie bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers vragen (art. 19, § 2 WBN) en niet voor een nationaliteitsverklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Sommige ziektedagen tellen niet (meer) mee voor economische participatie
Wanneer in het kader van een nationaliteitsverklaring op basis van art. 12bis WBN economische participatie dient te worden bewezen met 468 of naar gelang het geval 234 arbeidsdagen, worden de arbeidsdagen of de ermee gelijkgestelde arbeidsdagen gedefinieerd ingevolge art. 37 en 38 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
Art. 108 van de Programmawet van 18 juli 2025 wijzigt art. 38 van het KB Werkloosheid vanaf 1 maart 2026. Vanaf die datum worden bepaalde dagen niet meer gelijkgesteld met arbeidsdagen. Het gaat vooral over de dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, een arbeidsongeval of een beroepsziekte waarvoor de werkgever géén gewaarborgd loon of een aanvulling boven op een uitkering heeft betaald. Dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, een arbeidsongeval of een beroepsziekte waarvoor de werkgever wél een gewaarborgd loon of een aanvulling boven op een uitkering van de mutualiteit betaalt (dat is normaal de eerste dertig dagen) zijn wél met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen.
Vervallenverklaring
Art. 23/1 en 23/2 WBN werden gewijzigd (Wet van 3 maart 2026 en Wet van 8 februari 2026) om de misdrijven die aanleiding kunnen geven tot een vervallenverklaring aan te passen aan de principes van het Nieuwe Strafwetboek, naast een uitbreiding van de lijst van misdrijven (de verzwaarde verkoop van kinderen, vandalisme gepaard gaande met gewelddaden met de dood tot gevolg en meer algemeen feiten inzake georganiseerde criminaliteit waarbij de persoon een beslissende of leidinggevende rol heeft gespeeld en levens- en zedendelicten). Ook wordt de verjaringstermijn van de vordering tot vervallenverklaring verlengd tot vijftien jaar.
Wettelijk verblijf echtgenoten diplomaten
Sinds 1 januari 2025 bepaalt art. 7bis, § 2, 4e lid dat voor echtgenoten van diplomaten de periodes van verblijf in het buitenland omwille van de carrière van hun echtgenoot worden gelijkgesteld aan wettelijk verblijf voorafgaand aan de aanvraag, mits voorlegging van een attest waarvan het model bij KB is bepaald.
Basisopleiding
Burgerzaken Vlaanderen organiseert ook dit jaar, op 1 en 6 oktober, gedurende drie halve dagen een basisopleiding Belgische nationaliteit.
