In opvolging van de eerdere berichtgeving over de evolutie van de dienst voor elektronische handtekeningen, waarbij de komende jaren het handtekeningcertificaat (niet het identificatiecertificaat) van oudere elektronische identiteitskaarten komt te vervallen, laat de FOD Binnenlandse Zaken weten dat het aantal geïmpacteerde kaarten in een eerste fase kleiner zal liggen. Na grondige analyse is het mogelijk gebleken de doelgroep die door de eerste deadline van 21 mei 2026 wordt getroffen aanzienlijk te verkleinen, waardoor de impact voor de burgers wordt beperkt. De aanpak wordt daarom aangepast.
Enkel de handtekeningcertificaten die gekoppeld zijn aan elektronische identiteitskaarten die vóór 4 juli 2016 werden uitgereikt, verliezen op 21 mei e.k. hun kwalificatie. De overige certificaten – namelijk deze verbonden aan kaarten die na deze datum werden uitgereikt en de certificaten betrokken in de tweede fase – behouden hun kwalificatie tot de volgende deadline van 21 mei 2027. Om een vlotte overgang naar de nieuwe dienst en het gebruik van de elektronische handtekening te garanderen, vraagt de FOD Binnenlandse Zaken bijzondere aandacht voor burgers die beschikken over een kaart die vóór 4 juli 2016 werd uitgereikt. Voor deze doelgroep wordt aangeraden dat zij hun identiteitskaart tijdig vernieuwen, bij voorkeur vóór 1 mei 2026.
Hoewel de betrokken burgers normaal gezien al opgenomen in de oproeplijsten zijn, ontvangt de gemeente van het Rijksregister zo snel als mogelijk een lijst van de betrokken burgers die nog geen stappen hebben ondernomen om hun kaart te vernieuwen, zodat de gemeenten hen gericht kunnen informeren en, indien dit nog niet is gebeurd, zo snel mogelijk kunnen oproepen. Voor alle andere burgers is geen enkele actie vereist. De identiteitskaart blijft volledig geldig en de andere functionaliteiten blijven ongewijzigd. Zij kunnen hun kaart blijven gebruiken, ook voor elektronische handtekening.
