Van 26 tot 28 mei 2026 vond in Oostende (België) het congres plaats van de European Association of Registrars (EVS). In het Thermae Palace Hotel kwamen ambtenaren van de burgerlijke stand, juristen, beleidsmakers en academische experten uit heel Europa samen voor drie dagen van kennisdeling, uitwisseling en ontmoeting. Het congres werd georganiseerd door Burgerzaken Vlaanderen en bevestigde opnieuw het belang van Europese samenwerking in een domein dat burgers rechtstreeks raakt.
In een korte terugblik op het einde van het congres sprak Steve Heylen, die werd aangeduid als nieuwe voorzitter van de EVS, zijn waardering uit aan de diverse sprekers voor hun sterke inhoudelijke bijdragen. De ontmoetingen tussen collega’s uit de praktijk, van de overheid en de academische wereld zorgden voor een professionele kennisuitwisseling in een warme sfeer. De gesprekken en contacten maken van het congres het kloppend hart van de vereniging en leven voort in de nationale verenigingen en de dagelijkse praktijk van de burgerlijke stand.
Een belangrijke conclusie van dit congres is dus dat EVS-congressen ook in de toekomst gekoesterd moeten worden. Tegelijk werd duidelijk dat de organisatie ervan vandaag uitdagender is geworden, waardoor het belangrijk blijft om congressen zowel inhoudelijk waardevol als praktisch haalbaar te houden. Toch blijft de meerwaarde groot: het congres in Oostende bood opnieuw ruimte om actuele ontwikkelingen in het Europese personen-, familie- en naamrecht te bespreken en ervaringen uit verschillende landen met elkaar te verbinden.
Ook de maatschappelijke betekenis van het werk van de burgerlijke stand liep als een rode draad door het congres. Mensenrechten, rechtszekerheid en de bescherming van burgers stonden centraal in verschillende bijdragen. In dat verband werd onderstreept dat ambtenaren van de burgerlijke stand niet alleen werken voor hun eigen land, maar mee vorm geven aan Europa.
Congresvoorzitter prof. Gerard-René de Groot benadrukte dat we steeds naar de concrete betrokken personen moeten kijken, met de rechten van kinderen altijd op de eerste plaats. Ankie Vandekerckhove en Thalia Kruger lieten in hun presentaties zien tot welke problemen een onachtzaamheid voor mensenrechten en kinderrechten in het verleden heeft geleid bij donorkinderen, metissen en adoptie. Dezelfde fouten mogen bij draagmoederschap niet herhaald worden door het inbouwen van waarborgen en beschermingen voor de betrokken kinderen.
Hoewel vooruitgang op Europees niveau vaak traag verloopt, kan de EVS vanuit de praktijk en vanuit het perspectief van de burger blijven bijdragen aan oplossingen die over grenzen heen werken. Ilaria Pretelli stelde een centraal Europees register van certificaten van afstamming voor, dat burgers die binnen de EU verhuizen daadwerkelijk kan helpen. Chloé Falisse lichtte het Belgische voorbeeld van hoe buitenlandse akten en beslissingen die de staat van de persoon vaststellen in België worden erkend en geregistreerd, zodat burgers hun documenten niet meermaals dienen voor te leggen.
Registratie begint met interoperabiliteit. Sam Van den Eynde toonde hoe Europa vandaag werkt aan één standaard voor de digitale identiteit in een elektronische portemonnee. Deze maakt het werk van de ambtenaren burgerlijke stand en bevolking niet overbodig, want net zij waarborgen de kwaliteit van de authentieke bronnen waarop de identiteit gebaseerd wordt. Het belang van een goede identificatie is een gedeelde bekommernis van overheid en de privé-sector, benadrukte ook Frans van Aggelen.
Voor de toekomst blijft de ambitie helder: werken aan een meer geharmoniseerd systeem van burgerlijke stand in Europa, aangepast aan de noden van de eenentwintigste eeuw en gericht op een toegankelijke dienstverlening voor burgers, waar zij zich ook bevinden. Daarbij is er ook blijvende aandacht voor verdere eenmaking van het internationaal privaatrecht (IPR). Ilaria Pretelli wees er in haar bijdrage op dat een gemeenschappelijke toekomst net op vlak van IPR wel degelijk mogelijk is en verschillen in het eigen recht van staten kunnen gecombineerd worden met internationale regels voor de erkenning van een afstamming tot stand gekomen in het buitenland.
Volledige eenmaking van het Europese familierecht ligt misschien nog veraf, maar verdere afstemming is volgens de EVS wel degelijk mogelijk en noodzakelijk. Dat start met elkaars regels goed te leren kennen. Caroline Richter presenteerde het Duitse naamrecht en Nicolas Nord berichtte over de inspanningen van de International Commission on Civil Status/Commission Internationale de l’État Civil (ICCS/CIEC) in dat verband. Op het congres in Oostende werd bekend gemaakt dat de EVS officieel het lidmaatschap van de internationale commissie aanvraagt. Thomas Stigari sloot af met de nieuwe Italiaanse nationaliteitswetgeving die het moeilijker maakt voor Italianen in het buitenland om de Italiaanse nationaliteit, en dus het EU-burgerschap, te behouden.
Het congres in Oostende stond ook in het teken van een belangrijke wissel binnen de vereniging. Simon Rijsdijk nam afscheid als voorzitter van de EVS. Hij werd tijdens het congres uitgebreid bedankt voor zijn jarenlange inzet en zijn engagement voor de vereniging. De leden van de EVS verkozen Simon daarom tot erevoorzitter van de vereniging. Steve Heylen volgt hem op als nieuwe voorzitter. In zijn eerste reactie sprak hij zijn grote dankbaarheid uit voor het vertrouwen dat hij van zijn collega’s kreeg en benadrukte hij dat hij deze verantwoordelijkheid met overtuiging wil opnemen.
Tegelijk wees Steve erop dat het voorzitterschap geen evidentie is. De EVS is een relatief kleine vereniging, maar wel een vereniging met een uitgesproken Europese roeping. Net daarom zijn samenwerking, vertrouwen en inhoudelijke versterking cruciaal. Heylen wil de trouwe basis van de vereniging verder uitbouwen, de congressen blijven koesteren en nieuwe verbindingen blijven leggen, ook met landen die vandaag nog geen deel uitmaken van de EVS. In Oostende werd San Marino verwelkomd. Marialaura Marinozzi stelde op enthousiaste wijze de burgerlijke stand en bevolkingsadministratie in haar land voor.
Daarnaast wil de EVS haar rol als partner en gesprekspartner op Europees niveau blijven opnemen, onder meer in relatie tot de Europese Commissie en via de inhoudelijke samenwerking met de ICCS/CIEC. De boodschap die uit Oostende mee naar huis werd genomen, is duidelijk: ambtenaren van de burgerlijke stand werken niet voor zichzelf, maar in dienst van burgers en hun rechten. Net daarin ligt de blijvende relevantie van de EVS.
Met een geslaagde editie aan de Belgische kust, waarvoor onze dank aan de stad Oostende, kijkt de EVS nu al vooruit naar het volgende congres in Italië in 2027. De nieuwe EVS-ondervoorzitter, Renzo Calvigioni, nodige alle deelnemers uit naar Castel San Pietro Terme. Ook in Italië zullen ongetwijfeld de mensenrechten opnieuw centraal staan. De meerwaarde van de ambtenaren van de burgerlijke stand in een vrije en democratische samenleving in functie van de opbouw en uitoefening van rechten door burgers staat immers buiten kijf. (sh)
Linken: presentaties en foto’s.
