Op 15 maart 2024 traden de wijzigingen aan het decreet van 16 januari 2004 over begraafplaatsen en lijkbezorging in werking. Een overzicht van alle wijzigingen kan je in dit artikel terugvinden.
In navolging hiervan werden nu ook de volgende uitvoeringsbesluiten definitief gewijzigd:
Het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 1989 houdende vaststelling van de procedure inzake de subsidiëring van bepaalde werken, leveringen en diensten die door of op initiatief van regionale of lokale besturen of ermee gelijkgestelde rechtspersonen worden uitgevoerd: in dit besluit wordt een correctie doorgevoerd aan het opschrift van het decreet van 12 juli 2013.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria: in dit besluit wordt in plaats van een verplichting de mogelijkheid voorzien om als crematorium te beschikken over openbare ruimten, bestemd voor de ontvangst van nabestaanden en kennissen. Daarnaast lijst het besluit de voorwaarden op waaronder de batterij van een implantaat niet meer verwijderd moet worden voor begraving of crematie.
Het is in de praktijk immers niet werkbaar dat batterijen van implantaten die niet op eenvoudige wijze door de begrafenisondernemer kunnen weggenomen worden, telkens moeten worden verwijderd door een arts of een gespecialiseerde firma. Daarom bepaalt nieuw art. 28 van het besluit van de Vlaamse regering voortaan “Als de overledene een implantaat draagt dat werkt op een batterij, wordt de batterij verwijderd voor de begraving of crematie, tenzij de batterij niet op eenvoudige wijze kan worden verwijderd uit het lichaam, en de fabrikant of een andere instantie heeft aangetoond dat de batterij geen gevaar oplevert bij de verbranding van het lichaam en onschadelijk is voor het milieu.” De nieuwe generatie implantaten hoeft dus niet meer verwijderd te worden.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 tot vaststelling van de wijzen van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid die kunnen opgenomen worden in de schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kan overgemaakt: zoals dit al werd ingeschreven in het decreet van 16 januari 2004 wordt nu ook in het uitvoeringsbesluit de mogelijkheid ingeschreven om via de laatste wilsbeschikking te regelen dat er geen uitvaartplechtigheid wordt gehouden en dat het lichaam na het overlijden wordt afgestaan aan de wetenschap. Als de declarant in de laatste wilsbeschikking aangeeft zijn lichaam te willen afstaan aan de wetenschap volgt hij bij leven de procedure die daartoe is bepaald door de universiteit naar keuze.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria : in dit besluit wordt de bepaling over de volgorde van behandeling van subsidieaanvraag geschrapt, nu het decreet van 24 januari 2024 voorziet in een subsidiestop.
De aanpassing aan het decreet en deze uitvoeringsbesluiten is het resultaat van een reeks eerdere besprekingen met alle betrokken partijen, waarbij ook de VVSG met Burgerzaken Vlaanderen vzw en het Netwerk Begraafplaatsen Vlaanderen gesprekspartner waren.
